Redactie
PI Addict

Geregistreerd op: 20-2-2002
Berichten: 719
|
| Geplaatst: Di 9 Nov 2004, 15:03 | Onderwerp: Dossier: Euthanasie |
 |
|
Onlangs werden twee verplegers van het universitair ziekenhuis Gent vrijgesproken nadat ze een 77-jarige patiënte een fatale inspuiting hadden geven en het beademingstoestel hadden uitgezet. Hoewel het Gentse parket niet spreekt van een euthanasiezaak, wordt dit voorval als een precedent van legale euthanasie aanzien. De Vrije Universiteit Brussel (VUB) besloot alvast een cursus over euthanasie aan te bieden. Onder het motto “euthanasie, als je het doet, doe het dan goed”, krijgen artsen in spe inzicht in de wetgeving over euthanasie en in de ethische regels inzake de medische handelingen bij het levenseinde.
Op 25 oktober heeft de Senaat het wetsvoorstel over euthanasie goedgekeurd. Als de Kamer het voorstel ook goedkeurt, is België na Nederland het tweede land ter wereld waar euthanasie uitdrukkelijk door de wet geregeld wordt.
Op dit moment wordt het voorstel besproken in de commissie Justitie en het zal naar alle waarschijnlijkheid snel aanvaard worden.
Politicsinfo.net nam het wetsvoorstel onder de loep, geeft een forum aan de tegenstanders en situeert euthanasie in een brede internationale context.
Wat is euthanasie?
Volgens Van Dale (ingekort):
eu·tha·na·´sie (de ~ (v.)) het op hun eigen verzoek bewust doen eindigen van het leven van patiënten die ondraaglijk lijden => zachte dood
Euthanasie komt van het Griekse “eu”, goed en “thanatos”, dood. De definitie die is overgenomen door de indieners van de recentste euthanasievoorstellen komt van het Raadgevend Comité voor de Bio-ethiek. Dat comité beschrijft euthanasie als “het opzettelijk levensbeëindigd handelen door een andere dan de betrokkene, op diens verzoek”.
Er zijn verschillende vormen van euthanasie:
- Actieve euthanasie: de arts doet een medische ingreep waardoor het leven beëindigd wordt. Hetzij indirect door het toedienen van pijn- en symptoombestrijders met een levensverkortend effect; hetzij direct door het verhaasten van het einde.
Dat gebeurt veelal via een inspuiting met kalmerende opiaten of spierverlammers.
- Passieve euthanasie: de arts maakt geen gebruik van middelen om de levensduur te verlengen. Ofwel ziet hij af van een bepaalde behandeling, ofwel stopt hij een behandeling.
- Hulp bij zelfmoord: de arts geeft de terminale patiënt de middelen (meestal medicatie) om, wanneer hij wil, een overdosis te nemen.
Wetsvoorstellen omtrent euthanasie gaan nooit in op de manier waarop euthanasie wordt toegepast. De wetgever laat dit volledig over aan de artsen.
Wetgeving
1. Voorwaarden en procedure
De arts die euthanasie toepast, pleegt geen misdrijf wanneer hij er zich van verzekerd heeft dat:
de patiënt een meerderjarige of een ontvoogde minderjarige is die handelingsbekwaam en bewust is op het ogenblik van zijn verzoek;
het verzoek vrijwillig, overwogen en herhaald is, en niet tot stand gekomen is als gevolg van enige externe druk;
de patiënt zich in een medisch uitzichtloze toestand bevindt van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden, en dat het gevolg is van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening.
De arts moet vooraf in alle gevallen:
de patiënt inlichten over zijn gezondheidstoestand en zijn levensverwachting, met de patiënt overleg plegen over zijn verzoek tot euthanasie en met hem de eventueel nog resterende therapeutische mogelijkheden, evenals die van de palliatieve zorg, en hun gevolgen bespreken;
zich verzekeren van het aanhoudend fysiek of psychisch lijden van de patiënt en van het duurzaam karakter van zijn verzoek;
een andere arts raadplegen over de ernstige en ongeneeslijke aard van de aandoening en hem op de hoogte brengen van de redenen voor deze raadpleging. De geraadpleegde arts neemt inzage van het medisch dossier, onderzoekt de patiënt en moet zich vergewissen van het aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden. Hij stelt een verslag op van zijn bevindingen. De behandelende arts brengt de patiënt op de hoogte van de resultaten van deze raadpleging;
zich ervan verzekeren dat de patiënt de gelegenheid heeft gehad om over zijn verzoek te spreken met de personen die hij wenste te ontmoeten.
Het verzoek van de patiënt moet schriftelijk zijn. Het document wordt opgesteld, gedateerd en getekend door de patiënt zelf. Indien de patiënt daartoe niet in staat is, gebeurt het op schrift stellen door een meerderjarige persoon die gekozen is door de patiënt en geen materieel belang mag hebben bij de dood van de patiënt. Deze persoon maakt melding van het feit dat de patiënt niet in staat is om zijn verzoek schriftelijk te formuleren en geeft de redenen waarom. In dat geval gebeurt de opschriftstelling in bijzijn van de arts en noteert die persoon de naam van die arts op het document. Dit document dient bij het medisch dossier te worden gevoegd. De patiënt kan te allen tijde het verzoek herroepen, waarna het document uit het medisch dossier wordt gehaald en aan de patiënt wordt teruggegeven.
2. Wilsverklaring
De wet biedt ook de mogelijkheid om vooraf een attest op te maken waarin gevraagd wordt euthanasie te plegen in situaties waarin de patiënt niet meer in staat is om dit aan te vragen. Zo kan een patiënt in de eerste fase van een terminale ziekte vragen om een einde te maken aan zijn leven als in een verdere fase hij hiervoor niet meer in staat zou zijn. Dit noemt men de wilsverklaring.
Volgens de wet:
Elke handelingsbekwame meerderjarige of ontvoogde minderjarige kan, voor het geval dat hij zijn wil niet meer kan uiten, schriftelijk in een wilsverklaring zijn wil te kennen geven dat een arts euthanasie toepast indien deze arts er zich van verzekerd heeft:
dat hij lijdt aan een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening;
hij niet meer bij bewustzijn is;
en deze toestand volgens de stand van de wetenschap onomkeerbaar is.
In de wilsverklaring kunnen een of meer meerderjarige vertrouwenspersonen in volgorde van voorkeur aangewezen worden, die de behandelende arts op de hoogte brengen van de wil van de patiënt.
De wilsverklaring kan op elk moment worden opgesteld. Zij moet schriftelijk worden opgemaakt ten overstaan van twee meerderjarige getuigen, van wie er minstens een geen materieel belang heeft bij het overlijden van de patiënt en moet gedateerd en ondertekend worden door degene die de verklaring aflegt, door de getuigen en, in voorkomend geval, door de vertrouwenspersoon.
3. Aangifte
De arts die euthanasie heeft toegepast, bezorgt binnen vier werkdagen een volledig ingevuld registratiedocument aan de federale controle- en evaluatiecommissie.
4. De Federale Controle- en Evaluatiecommissie
Er wordt een Federale Controle- en Evaluatiecommissie opgericht die toeziet op de correcte toepassing van de wet.
De commissie bestaat uit zestien leden. Zij worden aangewezen op basis van hun kennis en ervaring inzake de materies die tot de bevoegdheid van de commissie behoren. Acht leden zijn doctor in de geneeskunde, van wie er minstens vier hoogleraar zijn aan een Belgische universiteit. Vier leden zijn hoogleraar in de rechten aan een Belgische universiteit, of advocaat. Vier leden komen uit kringen die belast zijn met de problematiek van ongeneeslijk zieke patiënten.
Arts niet verplicht
Geen arts kan worden gedwongen euthanasie toe te passen en geen andere persoon kan worden gedwongen mee te werken aan het toepassen van euthanasie.
Een persoon die overlijdt ten gevolge van euthanasie toegepast volgens deze wet, wordt geacht een natuurlijke dood te zijn gestorven. Dit heeft belangrijke complicaties voor de verzekeringsovereenkomsten.
Kritiek
De grootste kritiek op het wetsvoorstel is dat het vol lacunes zit en dat er een laks controlemechanisme zal opgericht worden om de wet te staven.
Het wetsvoorstel trekt op verschillende punten grenzen zonder daarvoor een goede reden op te geven. Daardoor kan de rechter bij betwisting de bepalingen aan de kant schuiven.
Kritiek wordt ook gegeven op de bepaling dat er enkel euthanasie kan gepleegd worden bij niet-terminale patiënten als hun fysieke en psychische lijden het gevolg van ziekte en ongeval moet zijn. Critici vragen zich af waarom iemand die om een andere reden ondraaglijk psychisch lijdt niet kan geholpen worden.
Arts Patrik Vankrunkelsven (Spirit) vindt het geen goed idee om ook voor niet-terminale zieken euthanasie mogelijk te maken. Volgens Vankrunkelsven was er beter gewacht met die categorie in het wetsvoorstel op te nemen tot er ervaring was met terminale zieken. Hij wijst er ook op dat het voor een arts ontzettend moeilijk is om vast te stellen of iemand die geen levensbedreigende ziekte heeft, “ondraaglijk” lijdt. De euthanasiewet kan er volgens hem ook voor zorgen dat zwaar gehandicapten voor euthanasie zullen kiezen als ze merken dat anderen met dezelfde handicap dat ook doen.
Ook de Belgische verzekeringsmaatschappijen zijn ongerust over euthanasie bij niet-terminale patiënten. De Belgische Bond van Verzekeringsondernemingen (BBVO) vraagt daarom om in het wetsvoorstel de mogelijkheid op te nemen dat niet-terminale patiënten geen aanspraak op een overlijdensdekking kunnen maken als ze binnen een jaar na het afsluiten van een levensverzekering door euthanasie overlijden. De BVVO wil zo discussies achteraf vermijden en hoopt dat de Kamer rekening houdt met het voorstel.
Omdat er niets verandert aan het strafwetboek zijn er geen specifieke sancties voor overtredingen vastgelegd. Als iemand zich niet aan de hierboven beschreven voorwaarden houdt, is het dus moord. Vandaar dat veel artsen vragen om euthanasie apart in het strafrecht te vermelden.
Over hulp bij zelfdoding wordt niets vermeld in het wetsvoorstel. Op zich is dit niet strafbaar omdat zelfmoord dat in België ook niet is maar critici hadden graag dat het wetsvoorstel hier een regeling voor trof.
Specialisten wijzen ook op de tekortkoming in het wetsvoorstel op het vlak van palliatieve zorgen. Volgens het voorstel is de arts enkel verplicht om met de patiënt over palliatieve zorgen te praten. Het was volgens de specialisten beter geweest dat de arts verplicht werd contact op te nemen met een team voor palliatieve zorgen.
Sommigen beweren zelfs dat de regering deze wet wil gestemd zien om een besparing in de gezondheidszorg door te voeren. Euthanasie plegen op iemand is volgens die redenering goedkoper dan iemands leven nog jaren te rekken met alle bijhorende kosten.
Onlangs werd de kritiek op het wetsvoorstel ook overgemaakt aan de Verenigde Naties. Op 13 maart stuurden CD&V politici en topmensen uit de medische en juridische wereld een protestbrief naar Mary Robinson, voorzitter van de mensenrechtencommissie van de VN.
Volgens de ondertekenaars hanteert het Belgische wetsontwerp een vage omschrijving als “ondraaglijk lijden, waarvoor geen alternatief bestaat om het te bestrijden”.
Tot de ondertekenaars behoren onder meer de gewezen eerste ministers Leo Tindemans en Mark Eyskens; voormalig vice-premier Herman van Rompuy; professor-emiritus Marcel Storme; Marc Moens, ondervoorzitter van de Belgische vereniging voor artsensyndicaten; René Stockman, generale overste van de Broeders van Liefde en senator Hugo Vandenberghe.
Geschiedenis in België
Het debat over euthanasie is niet nieuw en is zeker geen alleenrecht van de politiek. Uit een onderzoek van La Dernière Heure bleek dat al in 1996 ruim 63 procent van de Belgen voor de legalisatie van euthanasie was. Mede onder druk van de publieke opinie kwam het thema ter discussie tijdens verschillende legislaturen. Zolang de toenmalige CVP in de regering zat, zou het echter nooit tot een euthanasiewet komen.
In 1996 hield de CVP de instelling van een bijzondere commissie rond euthanasie tegen. Het regeerakkoord tussen de vorige coalitiepartners (CVP-SP) bepaalde zelfs uitdrukkelijk niet aan een wetgeving rond euthanasie te beginnen tenzij op basis van consensus in de regering en tussen de meerderheidsfracties.
In de Senaat werd er in december '97 gedebatteerd, waarbij vooral de partijstandpunten vastgelegd werden. Eerder dat jaar had het Raadgevend Comité voor de Bio-ethiek, op vraag van de kamercommissie Volksgezondheid in '96, vier scenario's bedacht voor de behandeling van euthanasie in ons land: gaande van een status-quo tot de depenalisering waarbij de wet garandeert dat iedereen het recht heeft zelf te beschikken over zijn leven. Daartussen lagen de genuanceerdere voorstellen dat euthanasie mogelijk is op duurzaam verzoek en in noodsituaties én wordt euthanasie in de ruimere context van de medische beslissingen omtrent het levenseinde geplaatst, waarin overleg (ook met een derde) voorop staat.
In de eerste helft van 1999 hadden de meerderheidspartijen (CVP en SP) bijna een akkoord bereikt maar de verkiezingen van juni 1999 verdrijft de CVP naar de oppositie.
Op 20 december 1999 dient de paarsgroene meerderheid het gezamenlijke wetsvoorstel Leduc-Monfils-Vanlerberghe-Mahoux-DeRoeck-Nagy in. De christen-democratische oppositie tegen het paarsgroene wetsvoorstel is echter fel. Bovendien blijken de indieners niet zo eensgezind als oorspronkelijk gedacht. Het voorstel belandt op de lange baan en het hele jaar 2000 is de bevoegde senaatscommissie het schouwspel van hoorzittingen met allerlei ethici, medici en hulpverleners uit de palliatieve sector.
Vanaf de tweede helft van 2000 en vrijwel geheel 2001 blijven de meerderheidspartijen discussiëren over het wetsvoorstel, soms zelfs binnen de eigen partij. Volgens het regeerakkoord mogen mandatarissen voor gewetenskwesties immers vrij beslissen.
Vanaf januari 2001 worden de eerste amendementen door de Senaat goedgekeurd. De goedkeuring van de eerste euthanasiewet door Nederland in april, zorgt opnieuw voor discussies in de senaat.
In oktober 2001 wordt de euthanasiewet goedgekeurd door de senaat met 44 stemmen tegen 22 en 2 onthoudingen. De CD&V en het Vlaams Blok stemmen samen met drie Franstalige liberalen tegen. Een andere PRL’er en een lid van Ecolo onthouden zich. Het voorstel moet nog goedgekeurd worden door de Kamer.
Moord volgens Vaticaan
Het Vaticaan is niet te spreken over het Belgisch wetsvoorstel in “Osservatore Romano”, de krant van het Vaticaan, maakt de Kerk brandhout van het voorstel. Ook in “Kerk en Leven” barst de kritiek los. L'Osservatore schrijft dat België door de euthanasiewet goed te keuren een wet aangenomen heeft die artsen voortaan toelaat fatale medische dosissen toe te dienen aan hun patiënten. Volgens het Vaticaan is België het tweede Europese land waar artsen niet langer gevraagd wordt te genezen maar te doden.
De Kerk vraagt zich af waar België het recht vandaan haalt om mensen die hun levenseinde naderen aan hun lot over te laten. “De Lage Landen zijn koplopers in een verschuiving van een mensenvisie die het recht op leven beveiligt van allen, naar een mensenvisie die menswaardigheid koppelt aan gezondheidscriteria.” Volgens Kerk en Leven bestaat het gevaar dat eenmaal euthanasie mag, dit de sociale verbondenheid tussen mensen onder druk zet om te kiezen voor de dood, bij hevig lijden van nabestaanden.
In praktijk al jaren toegepast
Euthanasie wordt in de praktijk al jaren toegepast. Volgens een onderzoek van de VUB en Universiteit Gent blijkt dat iets meer dan één sterfgeval op de honderd het gevolg is van euthanasie. Maar bij meer dan drie op de honderd wordt het dodelijke spuitje toegediend zonder instemming.
In 39,3 procent van de gevallen wordt het overlijden voorafgegaan door één of meer medische beslissingen die een levensverkortend effect kunnen hebben. Meer dan 16 procent van de overlijdens is het gevolg van het stoppen met een behandeling of het niet overgaan tot een behandeling die het leven verlengt. Het toedienen van middelen voor pijn- en symptoombestrijding die een levensverkortend effect hebben, komt in 18,5 procent van de gevallen voor . Bij 4,4 procent is het uitdrukkelijk de bedoeling het leven te beëindigen. Hulp bij zelfdoding komt slechts 0,1 procent voor. De cijfers bevestigen in grote mate een gelijkaardig onderzoek in Nederland uit 1990. Met dit verschil dat in Vlaanderen de levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek van de patiënt drie keer hoger ligt
België en Nederland zijn buitenbeentje
Na een jarenlang gedoogbeleid, heeft de Nederlandse Eerste Kamer op 10 april vorig jaar als eerste land ter wereld euthanasie wettelijk geregeld. Het is meteen de meest liberale wetgeving ter wereld. Het grootste verschil met België is de mogelijkheid om euthanasie te plegen op minderjarigen. Tussen 12 en 16 jaar moeten de ouders of de voogd ermee instemmen, 16- en 17-jarigen beslissen zelfstandig na overleg met de ouders.
Ook hulp bij zelfdoding is niet langer strafbaar en de Nederlands wetgeving voorziet in een aparte wetgeving voor misbruiken. Dit in tegenstelling tot de Belgische wetgeving die elk misdrijf gelijkstelt met moord. Euthanasietoerisme naar Nederland is uitgesloten omdat de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt doorslaggevend is.
Eigenlijk was het het deelstaatparlement van de Northern Territories in Australië die de eerste euthanasiewet ter wereld goedkeurde. In het federale Australische parlement werd echter nadien een wet aangenomen waarin de euthanasiewet werd geannuleerd.
Naast Nederland en België moet voor de volledigheid ook vermeld worden dat de Amerikaanse staat Oregon euthanasie wettelijk toelaat. De staat is wel een uitzondering in de Verenigde Staten waar over het algemeen felle tegenstand is tegen euthanasie.
Ook in Frankrijk is het debat over euthanasie volop aan de gang. Euthanasie is er strafbaar, behalve wanneer de arts met een noodtoestand wordt geconfronteerd.
In Duitsland is euthanasie nog steeds taboe vanwege de nazi-gebruiken. Nazi-Duitsland beschouwde ouderen en gehandicapten immers als nutteloos. De geneesheren hanteren wel richtlijnen omtrent de medische bijstand bij het naderende levenseinde.
Ook in Groot-Brittannië is een debat aan de gang. Het spitst zich vooral toe op de mogelijkheid om passieve euthanasie te legaliseren. Actieve euthanasie en hulp bij zelfdoding staan er nog steeds gelijk met vrijwillige doodslag
Actieve euthanasie blijft ook in Zwitserland verboden, hoewel hulp bij zelfdoding er wel is toegestaan als die hulp niet door eigenbelang is ingegeven.
De Oostenrijkse regering wijst elke liberalisering inzake euthanasie af. Uit onderzoek blijkt wel dat de meeste Oostenrijkers gewonnen zijn voor gecontroleerde stervenshulp.
Links
Tertio: http://www.tertio.be/
Kerknet: http://www.kerknet.be/
Vaticaan: http://www.vatican.va/
Recht op Waardig Sterven vzw: http://www.rws.be/
Medisch vakblad The Lancet: http://www.thelancet.com/
Bronnen: Tertio, Knack, De Standaard, Gazet Van Antwerpen, The Lancet |
| Bericht: #426426 |
|
Advertentie
|
|

|
|
Tijden zijn in UTC + 1 uur. Het is nu Za 5 Jul 2008, 22:54
|
|
|
|
| Gerelateerde berichten |
Advertentie |
|
|
|
|
|