Persberichten
PI Redactie

Geregistreerd op: 4-11-2004
Berichten: 7590
|
| Geplaatst: Za 1 Okt 2005, 11:32 |
 |
|
In De Morgen van woensdag 28 september trekt SP.a-volksvertegenwoordiger Hans Bonte van leer tegen de vakbonden, in het bijzonder tegen het ABVV. Zo noemt hij de vakbondsleiders “een conservatieve factor” omdat ze “alles bij het oude laten” en “zich (zouden) verzetten zich tegen de modernisering van de arbeidsmarkt”. Maar hoe progressief is een volksvertegenwoordiger, die de mensen vijf jaar langer wil doen werken op een ogenblik dat er 600.000 werklozen zijn, waarvan 20% jonger dan 25 jaar?
Arbeidsduurvermindering is een progressieve eis van de arbeidersbeweging sinds haar ontstaan, meer dan 150 jaar geleden. Het brugpensioen verdedigen en verbeteren is precies een vorm van arbeidsduurvermindering. Wat is er socialistisch aan een volksvertegenwoordiger die vandaag de arbeidsduurvermeerdering in zijn vaandel draagt?
Wat de modernist Hans Bonte “bij het oude laten” noemt is de wil van de vakbonden om verworvenheden te verdedigen zoals die van het brugpensioen, waaraan het overgrote deel van de leden erg gehecht zijn. En waar die leden hen vandaag meer dan dankbaar voor zijn.
In de beste traditie van de voormalige Britse premier Thatcher wijst de heer Hans Bonte de vakbonden op hun plichten: “Ze moeten van hun leden inspanningen durven te vragen.” Inspanningen of offers voor wie? Of voor wat? Om de sociale zekerheid betaalbaar te houden? Maar als dat zijn zorg was, dan zou Bonte toch moeten protesteren tegen de plannen van deze regering om nog eens 1,3 miljard vermindering van sociale bijdragen toe te kennen aan de patroons? Want precies die vrijstellingen beroven de socale zekerheid van evenveel inkomsten!
Indien hij werkelijk bekommerd was om de sociale zekerheid dan zou hij opkomen voor de onverkorte toepassing van het kiwimodel van dokter Dirk Van Duppen in plaats van het flauwe afkooksel dat deze regering daarvan heeft gemaakt.
De heer Bonte vindt ook dat “er in de vakbonden een gebrek is aan solidariteit”. Maar de vakbonden zijn vandaag haast de enige organisaties, die voor alle werkers van dit land –over de taalgrenzen heen- een eengemaakte tewerkstellingspolitiek en sociale zekerheid verdedigen. En dat in tegenstelling tot de leiders van de partij, waar hij toe behoort.
Tenslotte verwijt deze socialistische vertegenwoordiger van het volk de vakbonden “zich te laten leiden door degene die het hardst roepen, met name de bediendevakbond”. Wij van onze kant vragen ons af door wie Hans Bonte zich laat leiden. In ieder geval niet door de belangen van de bandwerkers in de automobiel, in de metaal, aan de post … die allemaal op hun 50ste werkelijk kapot gewerkt zijn. Neen, de plannen van de regering waar Freya Van den Bossche en haar collega’s zich nu al meer dan een jaar voor inzetten zijn een kopie van het masterplan van het VBO, de Belgische patroonsorganisatie.
En wat Hans Bonte “modernisering van de arbeidsmarkt” noemt is niets anders dan een strategie om lonen en verworvenheden af te breken door meer mensen in concurrentie te laten treden op de arbeidsmarkt. Een Europese strategie, die is uitgedokterd door de Ronde Tafel van Industriëlen, het onderonsje van leiders van Europa’s grootste multinationals. En die in 2000 in Lissabon is overgenomen door de Europese ministerraad, waarin de leiders van de socialistische partijen de meerderheid hadden. En dan zeggen dat de heer Bonte spreekt voor een partij, die zich het natuurlijke verlengstuk van de vakbonden durft te noemen? Voor hoelang nog? |