Persberichten
PI Redactie

Geregistreerd op: 4-11-2004
Berichten: 7495
|
| Geplaatst: Zo 15 Jun 2008, 16:30 | Onderwerp: Open Vld: Jean-Jacques De Gucht: Sereen debat rond levenseinde |
 |
|
Een menswaardig levenseinde is een fundamenteel recht. Ook al betekende de euthanasiewet van 2002 hierin een belangrijke stap, na enkele jaren is de tijd rijp voor evaluatie, aanvulling en bijsturing. Open Vld-senatoren Jean-Jacques De Gucht, Paul Wille, Patrik Vankrunkelsven en Martine Taelman werkten enkele voorstellen uit voor een ruimer kader waarin euthanasie kan plaatsvinden. Hierbij besteedden ze ook aandacht aan palliatieve zorgen want beiden gaan samen. Voorzitter Bart Somers: “We willen op de eerste plaats een open en rustig debat aangaan binnen de Senaat. Deze voorstellen zijn dus niet te nemen of te laten. We hopen via dialoog een breder draagvlak te creëren en onze collega’s in de Senaat te overtuigen.”
Concreet leggen de Open Vld-senatoren vier wetsvoorstellen en een resolutie op tafel:
* Wetsvoorstel euthanasie bij minderjarigen
Jean-Jacques De GuchtIn de huidige wetgeving worden minderjarigen volledig door de wet uitgesloten, met uitzondering van de ontvoogde minderjarigen. Dit laatste is op zich al absurd en toont meteen ook aan waarom een uitbreiding van de wet wenselijk is. Op ondragelijk lijden en ongeneselijke ziektes staat helaas geen leeftijd. De artificiële grens die nu wordt getrokken op 18 levensjaren staat in schril contrast met een onomkeerbare en pijnlijke gezondheidstoestand, die geen rekening houdt met leeftijden.
Met dit wetsvoorstel wil Open Vld ook euthanasie mogelijk maken bij minderjarigen. Bij dergelijke beslissingen mag de rol van de ouders niet onderschat worden. Ondanks hun onmiskenbare rol in het begeleidingsproces, moet de vraag om euthanasie steeds van de minderjarige zelf komen. Indien de minderjarige jonger dan 16 jaar is, hebben de ouders een medebeslissingsrecht, indien de patiënt ouder dan 16 is, hebben ze enkel een raadgevend adviesrecht.
* Wetsvoorstel wilsbeschikking
Patrick VankrunkelsvenIn een wilsbeschikking kan iedere burger laten opnemen onder welke omstandigheden en in welke toestand hij of zij euthanasie wil krijgen. Aan dit uitgangsprincipe wordt niet geraakt, wel aan de duurtijd van een wilsbeschikking. De huidige wettelijke duurtijd bedraagt vijf jaar. In de praktijk kunnen als gevolg van de tijdsvereiste onrechtvaardige situaties ontstaan waarbij iemand die een wilsverklaring heeft geschreven en bevestigd, net buiten de termijn van vijf jaar buiten bewustzijn valt, waardoor zijn verklaring ongeldig wordt.
Daarom wordt eerst en vooral voorgesteld dat een wilsverklaring een onbeperkte geldigheidsduur kent, maar te allen tijde kan herroepen en/of gewijzigd worden. Dit kan vergeleken worden met de geldigheidsduur van een testament.
Een tweede probleem met de wilsverklaring stelt zich op het vlak van de “bewustzijnstoestand”. De huidige wet spreekt in artikel 4, § 1, eerste lid, tweede streepje, en in § 2, eerste lid, tweede streepje, over «[indien] — hij niet meer bij bewustzijn is ». Op die manier is de wilsverklaring voor een groot deel een lege doos, want algemeen wordt aangenomen dat de betrokkene zich, volgens deze voorwaarde, moet bevinden in een comateuze toestand. Een groot deel van de mensen die een wilsverklaring hebben opgesteld, kunnen evenwel geen gebruik maken van die bepaling: ze zijn zich niet meer bewust, maar bevinden zich toch niet in een comateuze toestand en kunnen noch gebruik maken van artikel 3 van de euthanasiewet, noch van artikel 4.
Om hieraan een oplossing te bieden zal de wet voortaan spreken van “of personen die zich in een persisterende vegetatieve toestand bevinden”.
* Wetsvoorstel hulp bij zelfeuthanasie
Martine TaelmanUit de artsenpraktijk blijkt dat ook de vraag naar zelfeuthanasie juridisch moet ingekaderd worden. Dit kan het best binnen de euthanasiewetgeving, immers het betreft patiënten die aan de voorwaarden voldoen om euthanasie aan te vragen maar liever zelf de daad stellen, zij het weliswaar onder begeleiding van een arts, die over alle zorgvuldigheidscriteria waakt en de patiënt bovendien de letale middelen ter beschikking stelt en de patiënt bijstaat tot de dood is ingetreden. Het grote verschil met euthanasie zit hem dus in het feit dat de patiënt hier zelf de daad volbrengt, niet de arts.
* Wetsvoorstel doorverwijsplicht
Paul WilleIn de huidige wetgeving staat duidelijk gestipuleerd in artikel 14 dat “geen arts gedwongen kan worden euthanasie toe te passen”. Het moet duidelijk zijn dat dit wetsvoorstel niet de bedoeling heeft hieraan ook maar iets te veranderen. Het valt immers perfect te begrijpen dat een arts omwille van levensbeschouwelijke of andere persoonlijke overtuigingen zelf verkiest geen euthanasie toe te passen bij zijn of haar patiënten. Die keuze moet gerespecteerd worden. Dit wat betreft de kant van de arts. Maar wat de patiënt betreft moet dan wel gesteld worden dat zijn of haar verzoek niet ingewilligd wordt, ook al bevindt de patiënt zich zowel juridisch als medisch in een situatie waarbij zijn of haar vraag om euthanasie gerechtvaardigd is.
Daarom voorziet het wetsvoorstel in een doorverwijsplicht naar een collega-arts, die wel bereid is om euthanasie uit te voeren binnen het wettelijk kader en vanuit een medisch verantwoord dossier.
Dit probleem stelt zich niet alleen bij artsen op individuele basis. De realiteit leert dat bepaalde ziekenhuizen en/of rust- en verzorgingsinstellingen verkiezen binnen hun muren geen euthanasie uit te voeren. Dit houdt een ontkenning in van het recht waarop een patiënt zich in een pijnlijke, onomkeerbare situatie zou kunnen beroepen.
Om een zo groot mogelijke waarborg te bieden, wil het wetsvoorstel ook enkele toevoegingen aanbrengen in het statuut van de eerste en/of tweede te raadplegen arts. De reeds bestaande voorwaarde van onafhankelijkheid blijft zonder meer behouden. Dit wordt nog aangevuld met de voorwaarde dat deze te raadplegen arts extern kan zijn ten aanzien van de geneeskundige instelling indien er binnen de geneeskundige instelling geen te raadplegen arts kan gevonden worden, moet men wel een beroep doen op externe expertise. Van de te raadplegen arts wordt vereist de patiënt en zijn naasten bij te staan met juridische, geneeskundige en psychische hulp omtrent zijn of haar vragen omtrent het levenseinde en hiertoe dient hij de nodige opleidingen genoten te hebben.
* Resolutie palliatieve zorg
Omdat het belang van palliatieve zorg in dit debat niet verloren mag gaan, integendeel, willen we met deze resolutie aandacht vragen aan enkele huidige knelpunten omtrent deze intensieve en waardevolle vorm van stervensbegeleiding. Zo wordt er opgeroepen om initiatieven te nemen rond het nog beter bekend maken van palliatieve zorgen, de thuisgezondheidszorg in dit kader beter te ondersteunen alsook binnen de RVT’s en dagcentra. |
| Bericht: #772877 |
|
Advertentie
|
|

|
|
Tijden zijn in UTC + 1 uur. Het is nu Zo 7 Sep 2008, 10:29
|
|
|
|
| Gerelateerde berichten |
Advertentie |
|
|
|
|
|