Homepage
 
  Forum index | Profiel | Zoeken | Gebruikerslijst | Groepen | FAQ | Reglement | Privé berichten | Registreer | Inloggen      

Het Internet Politicsinfo.net
Dossier: Antidiscriminatie

Plaats nieuw bericht Plaats Reactie
Politicsinfo.net > Politieke dossiers > In de diepte

Author Thread
Redactie
PI Addict
PI Addict


Geregistreerd op: 20-2-2002
Berichten: 719
Geplaatst: Di 9 Nov 2004, 15:36 | Onderwerp: Dossier: Antidiscriminatie  Reageer met quote   Naar boven

In december 2001 werd in de Senaat het wetsontwerp “ter bestrijding van discriminatie” besproken en goedgekeurd. Eerstdaags wordt die klus overgedaan door de Kamer. Het wetsvoorstel dat nu voorligt, moet directe en indirecte discriminatie bestrijden. De meeste waarnemers spreken van een ‘historisch’ wetsvoorstel, al hebben ze daar wel verschillende motivaties voor. De betrokken minderheden spreken over een mijlpaal, voor sceptici doemt het scenario van een politiestaat op. Politicsinfo.net gaat voorbij aan het zwart-wit denken en schept klaarheid.

Wat is discriminatie en hoe is deze term wettelijk gedefinieerd?

We hebben snel de mond vol over discriminatie, maar wát is discriminatie eigenlijk? De oorspronkelijke antiracismewet (1981) voorzag niet in een definitie van discriminatie. De wet omschreef wel de discriminatiegronden, maar definieerde de term discriminatie zelf niet. De antiracismewet stelde niet discriminatie op zich strafbaar, maar enkel discriminatie om bepaalde redenen, met name ras, huidskleur, afstamming, afkomst of nationaliteit.

Buiten het bereik van de wet vielen: religieuze of godsdienstige overtuiging, seksuele geaardheid, taal, vermogen, politieke overtuiging en geslacht.

In 1994 kwam er een wetswijziging, met dit keer wel een omschrijving van wat verstaan diende te worden onder discriminatie:

“Elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur, die tot doel heeft of ten gevolge heeft of kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven wordt tenietgedaan, aangetast of beperkt.” (Sic).

De inspiratie voor deze, wat moeilijk bekkende, omschrijving werd grotendeels gehaald uit het UNO-Verdrag van 1966 inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.

De antiracismewet bestraft enerzijds woorden of intenties, en anderzijds daden of handelingen. Onder woorden of intenties begrijpen we uitlatingen die aanzetten tot discriminatie, en die in het openbaar gebeuren of uitlatingen waardoor je publiciteit geeft aan je bedoeling om te discrimineren, en ook hier een openbaar karakter hebben.

Wat daden en handelingen betreft, gaat het om het discrimineren bij de levering van een goed of dienst, in de arbeidssfeer en bij de uitoefening van een ambt. Ook het behoren tot of medewerking verlenen aan een groep of vereniging die herhaaldelijk in het openbaar discriminatie of segregatie verkondigt of bedrijft, valt onder deze wet.

Om het wat badinerend te stellen: in de besloten kring van je huiskamer mag je elke avond voor het slapengaan gerust uw swastika kussen. Of indien je in een brief aan F.D. uit A. racistische praat spuit, kan niemand je vervolgen. Wanneer je dit slaapritueel echter ‘en plein air’ uitvoert of uw brief publiceert in het plaatselijke annonceblad mag je wél rekenen op enig gevolg.

‘Spreek, en gij zult gehoord worden’

Niet onmiddellijk van toepassing, maar enigszins representatief in deze context is de vrijheid van meningsuiting. Daarom, en ook omdat het dermate belangrijk is nog even uw geheugen opfrissen.

Artikel 19 van de Belgische Grondwet waarborgt ‘de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheid worden gepleegd’.

En volgens Artikel 25 van de Belgische Grondwet: ‘is de drukpers vrij en kan de censuur of het voorafgaand toezicht van de overheid op een geschrift nooit worden ingevoerd’.

Artikel 10 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden tenslotte zegt dat ‘beperkingen op de vrijheid van meningsuiting mogelijk zijn voor zover zij bij wet zijn voorzien en in een democratische samenleving nodig zijn tot bescherming van bepaalde rechtsgoederen, zoals de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, de openbare orde, de gezondheid, de goede zeden, en de rechten en vrijheden van anderen’.

U mag uw toga hier opnieuw aan de kapstok hangen.

Wat stelt het huidige wetsontwerp?

Deze wat mystieke code is niks meer of minder dan het identificatienummer van het ‘historisch’ bestempelde wetsontwerp “ter bestrijding van discriminatie” zoals het werd aangediend aan de Kamer. Dat wetsvoorstel moet dus directe en indirecte discriminatie bestrijden.

Onder directe discriminatie verstaan de indieners een niet te rechtvaardigen ongelijke behandeling die gebaseerd is op geslacht, ras, huidskleur, afstamming, nationale of etnische afkomst, seksuele geaardheid, burgerlijke stand, geboorte, fortuin (gebrek aan financiële draagkracht, nvdr), leeftijd, geloof of levensbeschouwing, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap of een fysieke eigenschap.

Er is sprake van indirecte discriminatie als een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelswijze bepaalde individuen toch schade berokkent op basis van deze discriminatiegronden.

Het voorstel voorziet in zowel strafrechtelijke als burgerrechtelijke bepalingen voor wie de wet met de voeten treedt. Er is een apart artikel (Art. 13) opgenomen dat discriminatie op de werkvloer behandelt. Een werknemer die een klacht indient omdat hij gediscrimineerd wordt, geniet bescherming. Hij kan, zolang de procedure loopt, niet ontslagen worden, tenzij daar een ijzersterke motivatie tegenover staat. De vakbonden krijgen een belangrijke(r) taak toegewezen bij het aan de kaak stellen van discriminatie op de arbeidsmarkt.

Ook het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding ziet zijn takenpakket uitgebreid. Zo krijgt het de bevoegdheid om voortaan een slachtoffer voor de rechtbank te vertegenwoordigen. En mag het zich buigen over alle in de wet opgesomde vormen van discriminatie, behalve ‘geslacht’. Ook andere instellingen van openbaar nut en alle verenigingen die op zijn minst vijf jaar rechtspersoonlijkheid genieten en die zich in hun statuten tot doel hebben gesteld de mensenrechten te verdedigen of discriminatie te bestrijden, krijgen een bevoegdheid. Bijvoorbeeld de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit en de federatie van Marokkaanse Verenigingen vallen daar onder.

Met dit wetsvoorstel moet een einde komen aan portiers die allochtone jongeren de toegang weigeren tot de discotheek. Maar ook aan de praktijken van huisbazen die bijvoorbeeld weigeren een woonst te verhuren aan homokoppels, of werknemers die geen gehandicapten in dienst willen nemen. Het ingediende wetsvoorstel heeft als onderliggende boodschap dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet, maar nog uitdrukkelijker dan de Grondwet reeds doet.
Een overtreffende trap van het gelijkheidsprincipe zullen we maar zeggen.

De lijdensweg

Dit wetsvoorstel vloeit rechtstreeks voort uit het voorstel dat door Philippe Mahoux (PS) in juli 1999 werd ingediend. (Zie link). http://www.senate.be/www/webdriver?MIval=/publications/viewPubDoc&TID=80064&LANG=nl

Het werd op 21 december 2001, meerderheid tegen minderheid, door de Senaat goedgekeurd.
Maar de betreffende wetgeving heeft er al een hele lijdensweg opzitten. Zet u schrap voor een korte spoedcursus politieke geschiedenis.

In 1960 reeds dienden de volksvertegenwoordigers Moulin en Dejace in de Kamer een wetsvoorstel in ‘ter beteugeling van de opruiing tot rassenhaat en antisemitisme’. Op ongeveer hetzelfde ogenblik werd in de Senaat door Rolin, George, Derbaix en Vermeylen een voorstel ingediend met ongeveer hetzelfde objectief. Maar de focus lag daar sterker op het groeiende antisemitisme. Evenwel zonder resultaat.

In december 1966 werd een nieuw wetsvoorstel ingediend door Glinne, met een veel ruimer doel. Het voorstel was ingegeven door de komst van ‘vreemde gastarbeiders’ die een bescherming dienden te krijgen. Echter ook dit voorstel haalde het niet. Nochtans kon men Glinne, en later Dejardin niet beschuldigen van een gebrek aan hardnekkigheid, want ze poogden het voorstel herhaaldelijk op de politieke agenda te krijgen. Namelijk in 1968, 1973, 1974, 1978 en 1979, maar telkens sneuvelde het voorstel op politieke omstandigheden.

Het duurde tot de wet van 9 juli 1975 uitgevaardigd door het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie en opgemaakt te New York op 7 maart 1966 vooraleer een nieuwe impuls werd gegeven aan de totstandkoming van een Belgische antiracismewetgeving. Ons land had dit Verdrag bekrachtigd en kon er niet aan onderuit. Echter, het zou nog duren tot 1980 (!) vooraleer werk werd gemaakt van de uitvoering van dit Verdrag. Zodat uiteindelijk op 31 juli 1981 de wet tot ‘bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden’ werd uitgevaardigd.

Er was echter zware kritiek op de uiteindelijke wet. Waar de initiële indieners (Glinne en Dejardin) er de voorkeur aan gaven om nieuwe bepalingen in de bestaande wetteksten in te voegen, opteerde de toenmalige regering ervoor om een nieuw kader te creëren.
Dit had tot rechtstreeks gevolg dat de wet in veel gevallen onbruikbaar leek. Na tien jaar bleek dat in 95,5 procent van de gevallen (1.279 op 1.340) waarin een beslissing werd genomen, het ging om een seponering. Slechts in 1,6 procent van de gevallen kwam het tot een daadwerkelijke vervolging.

In 1990 diende senator Erdman (SP) voor het eerst een wetsvoorstel tot wijziging van de antiracismewet in. Er leek echter geen haast of grote beroering te bestaan. Pas in januari 1992 werd dit voorstel opnieuw ingediend. Onmiddellijke aanleiding daarvoor was de schokgolf die door ons land waarde na de verkiezing van 24 november 1991, sindsdien gemeengoed geworden als ‘zwarte zondag’. Toch zou het nog duren tot maart 1994 vooraleer de wetswijziging werd goedgekeurd. Hiermee komen we opnieuw op ons beginpunt , met de definitie van discriminatie die intussen werd opgenomen en die een ruimere dekking beoogde dan de initiële wet.

‘Europees traktaat’

En vandaag zijn we dus opnieuw toe aan een vervolg, met de goedkeuring van de Senaat van het wetsvoorstel, oorspronkelijk ingediend door Philippe Mahoux in 1999.
Mede ondertekenaars waren Iris Van Riet (VLD), Chokri Mahassine (SP.A), Marie Nagy (Ecolo), en Frans Lozie (Agalev).

Eerlijkheidshalve moeten we er wel aan toevoegen dat tussen 1981 en 1995 enkele wetsbepalingen werden aangepast omtrent racisme, het ontkennen van de genocide tijdens de tweede wereldoorlog en de bestrijding van de mensenhandel en van de kinderpornografie, om er de voornaamste uit te pikken.

Eveneens eerlijkheidshalve moeten we er ook aan toevoegen dat een Europese richtlijn van 2000 de lidstaten verplicht om een wettelijk kader ter bestrijding van discriminatie te creëren. De senaatscommissie die zich over deze richtlijn heeft gebogen moest echter enkele criteria die op Europees niveau werden omschreven schrappen, omdat ze de censuur van ons land niet doorstonden. De criteria ‘taal’ en ‘politieke overtuiging’ bijvoorbeeld werden eruit gehaald. De motivatie om ‘taal’ te schrappen was omwille van het delicate karakter van de faciliteitengemeenten. Het criterium ‘politieke overtuiging’ werd omwille van het Vlaams Blok geofferd. Het gevaar was niet denkbeeldig dat die partij een procedureslag zou kunnen beginnen, telkens ze ergens geweigerd werd.

Of hoe een Europese richtlijn sneuvelt op het Regionale veld van eer.

Een beetje verwarrend is de resolutie die in januari van dit jaar in het Vlaams Parlement door alle partijen –met uitzondering van het Vlaams Blok- is opgesteld en ondertekend. Ze is echter nog niet officieel ingediend. De resolutie beschrijft hoe moet worden omgegaan met het Vlaams oorlogsverleden. Er wordt expliciet gevraagd om vergevingsgezind te zijn jegens al wie zijn fouten erkend uit de Tweede Wereldoorlog. Verder zet de resolutie zich af tegen elk extreem gedachtegoed en pleit het voor een artikel in de -nog te schrijven- Vlaamse Grondwet. En nu komt het. De tekst luidt “Allen die zich in Vlaanderen bevinden worden in gelijke gevallen, gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, etnische afkomst, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan”.

Voorwaar een wat verwarrende tekst in het licht van het voorgaande. Immers hier wordt discriminatie op basis van politieke gezindheid wel gehandhaafd. Ook de omschrijving “of op welke grond dan ook” zet de deur open voor veel juridische haarkloverij.
Misschien toch nog even bij de federale collega’s leentjebuur spelen?

Geen pro zonder contra. De pijnpunten van de wet.

Gedaan met huisbazen die een homokoppel wandelen stuurt. Vanaf nu kan iedere allochtoon zich de pleuris dansen in een discotheek van zíjn of háár keuze. En de werkgever die voortaan nog lacht met mijn flaporen kan best op zijn tellen letten. Goed geregeld toch?
Op het eerste zicht kan geen zinnig mens, u en ik dus, daar een speld tussen krijgen. Maar, u voelt ons al komen, de wet laat een paar hiaten en binnen juridische kringen borrelt het ongenoegen op voor zoveel voluntarisme.

De pro’s heb ik net ter illustratie opgesomd en u kan er zelf ook nog wel een paar bedenken uit uw leefwereld. De Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit (FWH) is alvast in haar nopjes. Ook de Federatie van Marokkaanse Verenigingen is tevreden en liet zich bij monde van haar coördinator Mohammed Chakkar al positief uit. Tegenover het weekblad Knack zei Chakkar “een goed functionerende wet tegen discriminatie is voor ons belangrijker dan lokaal stemrecht voor migranten”.
En laat dat goed functioneren nu net het pijnpunt zijn waar de sceptici problemen mee hebben.

Er is vooreerst de -terechte - vraag wat een wet vermag tegen wat eigenlijk een maatschappelijk samenlevingsprobleem is. Kort gezegd: discriminatie is een maatschappelijk fenomeen dat in hoofdzaak met attitudes te maken heeft. Kan men bijgevolg met rechtsregels het gedrag van mensen bijsturen?
Daar kunt u echter tegen opwerpen dat een wet een maatschappelijke duiding omvat. Een boodschap naar de samenleving dat dit soort gedrag niet langer getolereerd wordt.

Een ander pijnpunt is het feit dat de wet op basis van welomschreven criteria bepaalt wat voortaan onder discriminatie verstaan wordt, en dus verboden is. Dit houdt echter impliciet in dat wat niet beschreven staat, zoals taal of politieke overtuiging, dus wél aan de basis mogen liggen van discriminatie.
Waarom kan ik met andere woorden wel vervolgd worden op basis van ras en geslacht, maar niet op basis van taal of politieke overtuiging?
Juridische spitsvondigheid, aldus de ‘believers’ in deze wet. Neen, zegt het andere kamp, net niet. Wat geeft de wetgever het recht om discriminatoir te gaan optreden? Touché, zegt men dan in het schermen.

Ook de omkering van bewijslast is voor beide kampen een splijtzwam. Voortaan moet de beschuldigde aantonen dat hij niet heeft gediscrimineerd. Dat moet drempelverlagend werken voor slachtoffers om toch maar een feit aan te klagen. Maar de sceptici gruwelen bij die gedachte, en wat meer is, ook hier hebben ze een punt. Namelijk dat de omkering van bewijslast haaks staat op het vermoeden van onschuld. Iemand is onschuldig zolang het tegendeel niet is bewezen. Maar in een vaak emotioneel debat omtrent discriminatie krijgt een beschuldigde het allicht nog veel moeilijker als hij bovenop de commotie ook nog eens zelf zijn onschuld moet gaan bewijzen. En wat met de mogelijke misbruiken, genre: ik klaag u aan want ik geloof dat je mij niet kan luchten omwille van mijn zwart zijn. Ga er als werkgever maar tegenaan staan wanneer je werkzoekende X verkiest voor Y.
Daarenboven menen juristen is hier opnieuw sprake van discriminatie door de wetgever. Want waarom geldt de omkering van bewijslast wel voor slachtoffers van discriminatie en niet voor slachtoffers van andere misdrijven.
Schaakmat, zoals men in schaakkringen wel eens pleegt te zeggen.

We begeven ons even op glad ijs met de volgende stelling, maar laat ons hopen dat u daar geen aanstoot aan neemt. Er bestaat zoiets als het recht om subjectief te zijn als burger. Met andere woorden, ik kan het immoreel vinden dat u zich ergert aan een homokoppel, maar in wezen hebt u wel dat recht. Ik kan niet uw gedachten gaan sturen. Als u een homoseksueel vies vindt, kan ik dat niet bij wet verbieden.
Ik kan bij wet wel verbieden dat u als werkgever die homoseksueel wandelen stuurt omwille van zijn homo zijn, dat is discriminatie. Maar als u uw homobuurman geen blik waardig gunt omwille van zijn homo zijn, kan ik dat misschien verwerpelijk vinden, maar daar stopt het bij.

De mensen die veel heil verwachten van de nieuwe wet menen dat dergelijke gedachtegangen in de kiem zullen worden gesmoord juist omwille van het maatschappelijk signaal die de nieuwe wet aan zijn burgers geeft. De sceptici menen dat dit de deur openzet voor een ‘politiestaat’. Iedereen kan iedereen gaan verdenken op grond van zijn of haar allerindividueelste mening.

Wat er ook van zij. Als de wet in zijn huidige vorm door de Kamer geraakt, zullen we veel vaker disputen omtrent discriminatie, of vermeende discriminatie voor de rechtbanken beslecht zien. Opnieuw zeggen de pro’s dat hierin de kracht van het signaal schuilt. De samenleving moet nu eenmaal duidelijk worden gemaakt dat dergelijk gedrag niet langer wordt getolereerd.
De contra’s menen dan weer dat we een samenleving creëren waarin burgers elkaar continu gaan bestoken met processen.

Het valt ook nog af te wachten wat de magistratuur er zelf van denkt. Je kan de in karmijnen omzwachtelde dames en heren veel verwijten, maar niet dat ze voorop lopen in een vlug evoluerende samenleving.

En dan is er nog zoiets als positieve discriminatie. Advocate Petra Foubert doctoreerde in januari van dit jaar aan de KU Leuven op een juridische studie naar discriminatie op de werkvloer.
Om het wat parafraserend te stellen: hoe meer je een groep in bescherming neemt, hoe meer je benadrukt dat het een zwakke groep is. Waardoor de balans doorslaat en het gelijkheidsprincipe wordt vergeten.

Getuige de vrouwenvoorzieningen op de arbeidsmarkt, wat een pervers effect heeft op de carrièrekansen voor vrouwen. Immers vrouwen zijn een slechte economische investering, want ze kunnen zwanger worden, en ze hebben recht op zwangerschaps- en moederschapverlof. Zelfs vrouwen die helemaal geen kinderen willen, ondervinden daar de nadelen van. Het Glazen Plafond, net wat u zegt.

Vlaams minister voor Tewerkstelling Renaat Landuyt (SP.A) trekt dit jaar 6.792.283 euro (of 274 miljoen frank) uit voor actieplannen ‘diversiteit en non-discriminatie’ op de werkvloer. Die plannen moeten ertoe leiden dat onder meer allochtonen en gehandicapten sneller op een evenredige tewerkstelling kunnen rekenen.
Hij hanteert het lovenswaardige principe dat een bedrijf een afspiegeling zou moeten zijn van de samenleving buiten de bedrijfsmuren. Dus als in een gemeente vier procent allochtonen wonen, zou het ideaalbeeld zijn dat in een bedrijf in die gemeente ook vier procent allochtonen werken.

Fijn idee. Maar blijkbaar heeft Landuyt niet veel vertrouwen in het voorliggende wetsvoorstel?


Links

Wetsvoorstel antidiscriminatie: http://www.senate.be

http://www.senate.be/www/webdriver?MIval=/publications/viewPubDoc&TID=80064&LANG=nl

Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding: http://www.antiracisme.be

Federale overheid: http://www.fgov.be

Vlaamse overheid: http://www.vlaanderen.be

Het ministerie van Justitie: http://www.staatsblad.be

Bronnen: De Financieel Economische Tijd; De Morgen; De Standaard; Het Nieuwsblad; Knack; Het Staatsblad; Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding;
Bericht: #426449
 

Rapporteer deze post


Advertentie
rode arend
PI Addict
PI Addict


Geregistreerd op: 27-10-2005
Berichten: 690
Geplaatst: Di 8 Mei 2007, 00:39 | Onderwerp:  Reageer met quote   Naar boven

ik vind die wet slecht omlijnd, en in feite onmogelijk om op eerlijke wijze toe te passen.Neem bvb dat ik morgen ruzie heb, met een homo, of een allochtoon, of een allochtoonse homo, ik zeg hem wat ik van hem denk, en geef hem ook nog een paar motten.Dan kan die daar onmiddellijk gaan zeggen dat ik hem sloeg omdàt hij allochtoon of homo was, ook al was het om heel andere redens...hetzelfde voor iemand dat bijzonder dik, en/of lelijk is.Al die mensen, alle mensen in feite, kunnen laten gelden dat ze gediscrimineerd werden, niet voor hun woorden, of akties, maar voor wat ze zijn.
Bvb: ik ga tegen een neger zijn been zeiken, hij geeft mij een mot.Ik dien klacht in: "hij heeft mij geslagen omdat ik Vlaming ben"En dan kan men die neger veroordelen voor "racistische geweldpleging, slagen en verwondingen enz..."
Bericht: #666777
 

Rapporteer deze post


Plaats nieuw bericht Plaats Reactie

Tijden zijn in UTC + 1 uur.
Het is nu Zo 6 Jul 2008, 01:16
  Berichten van afgelopen:      

Gerelateerde berichten Advertentie
 Onderwerpen   Auteur   Laatste Bericht 
Geen nieuwe berichten Dossier: Jeugdcriminaliteit Redactie Vr 4 Jul 2008, 14:19
Turbo Taxpayer Bekijk laatste bericht
Geen nieuwe berichten Dossier: Belastingen en belastingontduiking Redactie Do 3 Apr 2008, 01:52
babylonia Bekijk laatste bericht
Geen nieuwe berichten Dossier: Vrijheid van meningsuiting Redactie Do 8 Nov 2007, 23:37
duncan Bekijk laatste bericht
Geen nieuwe berichten Dossier: 21 juli, de nationale feestdag Redactie Za 27 Okt 2007, 02:22
the outlaw torn Bekijk laatste bericht
Geen nieuwe berichten Dossier: Armoede Redactie Wo 16 Mei 2007, 21:12
duncan Bekijk laatste bericht
Geen nieuwe berichten Dossier: Cannabis Redactie Vr 23 Sep 2005, 10:56
duncan Bekijk laatste bericht
Geen nieuwe berichten Dossier: Verkeersveiligheid Redactie Di 9 Nov 2004, 15:20
Redactie Bekijk laatste bericht
Geen nieuwe berichten Dossier: Euthanasie Redactie Di 9 Nov 2004, 15:03
Redactie Bekijk laatste bericht
Advertentie







Combell Internet Solutions
Politicsinfo.net NV kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de inhoud van dit forum.
Contacteer de forumbeheerders op info@politicsinfo.net.
phpBB Group | Archief